Een roerig land

Het begin
Woonplaats van de IllyriërsWaar de geschiedenis van Albanië begint is niet helemaal duidelijk. Verschillende bronnen en wetenschappers spreken elkaar tegen(B1). Eén van de belangrijkste en ook degene die het meeste aanhang vindt onder Albanese historici is dat de Albanezen afstammelingen zijn van de Illyriërs. Na de Tweede Wereldoorlog zijn in het gebied namelijk overblijfselen gevonden van dit Indo-Europees volk. De Illyriers vestigen zich in de bronstijd (3000-800 voor Christus) op het Balkanschiereiland en leven in stammen en clannen van de landbouw en visserij. Ook melden verschillende bronnen dat ze uitstekende scheepsbouwers zijn en veel aan piraterij doen op de Adriatische Zee. De archeologische vondsten van de Illyriers in Albanië stammen waarschijnlijk uit de ijzertijd en vormen het belangrijkste nalatenschap uit het verste verleden. Waarschijnlijk zijn de Illyriërs blijven hangen in de streek, ook na verovering door de Grieken, Romeinen en de Osmaanse Sultans. Dit is onder andere te merken aan de Albanese taal en schrift, want die stamt af van het Illyrisch. Rond het begin van de jaartelling doen de Grieken invallen in het gebied, maar de Illyriersche stammen kunnen ze aardig buiten de deur houden. Maar als de Romeinen het later ook proberen zijn die hen te sterk en zo ontstaat, na een langdurige oorlog, een periode van bezetting, die zijn sporen na laat. De belangrijkste archeologische bronnen in het land komen uit de Romeinse tijd.

Rond het jaar 350 ontstaan in het Balkangebied grote etnische verschuivingen, voornamelijk veroorzaakt door invallen van de Slaven. Ook de Illyriërs verhuizen, de Byzantijnse kronieken (het gebied valt vanaf 395 onder het Oost Romeinse of Byzantijnse rijk) noemen de Illyriërs voor het laatst in de zevende eeuw na Christus. Daarna spreken de kronieken pas weer over bewoners in het gebied vanaf de elfde eeuw en noemt ze de Arbanieten. Of zomaar mag worden aangenomen dat dit volk afstamt van de Illyriërs zijn wetenschappers het niet over eens.

Staatsvorming
Eventjes, tussendoor de grote namen (het Byzantijnse rijk en het Osmaanse rijk) vormt zich het vorstendom Arbanië (1272 tot 1286). Het landje is een kort leven bespaard en wordt al snel ingelijfd bij het Servische rijk.De volksheld Skanderberg Rond 1385 valt het Osmaanse rijk het Balkangebied binnen en al snel is het hele Albanese land bezet. Het zuiden wordt een volwaardige provincie van het rijk en het noorden blijft, redelijk onafhankelijk, onder gezag van Arbanese bestuurders, die als vazallen van de sultan worden behandeld. Als vanuit het westen en noorden van Europa de kruistochten beginnen, maakt één van deze vazallen, Gjergj Kastrioti (ook wel bij zijn heldenaam Skanderbeg bekend) gebruik van het kruisleger van de Roemeens /Hongaars veldheer Johannes Hunyadi om tegen de sultan in opstand te komen. Hij neemt uiteindelijk de vesting van de toenmalige hoofdstad van de provincie, Krujë, in en laat zijn vlag met de tweekoppige adelaar wapperen. Dit maakt hem de nationale held en zijn banier is dan ook nog steeds de vlag van Albanië! Vijfentwintig jaar lang slaat hij, samen met een door hem gevormde Liga (Liga van Alessio) die bestaat uit lokale potentaten, de aanvallen van de sultan af. Maar door onderlinge onenigheid binnen de Liga raakt het land tenslotte toch weer in handen van de Osmaanse sultan (1506 na Chr.).

Het land blijft nu lange tijd in Osmaanse handen en ondergaat een Islamisering. Vooral het middelste deel van het land, dat in handen komt van Turkse landvoogden, wordt goedschiks of kwaadschiks bekeerd tot de Islam. De sporen van deze vier eeuwen Turkse overheersing zijn nog steeds zichtbaar. Veel hedendaagse Albanezen hebben nog achternamen die terug te leiden zijn naar het Ottomaanse tijdperk. Ook de Albanese keuken is sterk beinvloed door de Turkse smaak.

Vanaf de 18e eeuw zakt het Osmaanse rijk in, waardoor het kapitalisme langzaam binnendringt in het Balkanland. Steden raken betrokken bij handel op wereldniveau en de ambachtsector ontwikkeld zich. Deze ambachtslieden organiseren zich in gilden en vormen samen met de handelaren een nieuwe klasse: de burgerij. Maar de echte verandering komt voor Albanië in het jaar 1850. De nationale bewegingen in de rest van Europa brengen hervormingen op gang en langzaam maar zeker worden ook de Albanezen nationaal bewust. Er ontstaat een Albanees alfabet waarin wordt lesgegeven op scholen en universiteiten. Toch kost het ze nog behoorlijk wat moeite om een officiële erkende staat op te zetten. Op verschillende belangrijke congressen, onder andere in London, Constantinopel en Berlijn, wordt besloten dat er ‘geen Albanese nationaliteit bestaat’ en worden de Albanese gebieden toegewezen aan Montenegro en Griekenland. Maar de culturele ontwikkelingen zijn niet meer te stoppen. Albanese gemeenschappen wereldwijd zetten de nationale beweging voort en richten Albanese kranten op in onder andere Constantinopel en Athene. In de Verenigde Staten zet een groep toegewijde Albanezen de Albanese orthodoxe kerk op met kerkdiensten in het Albanees. De rest van de wereld kan niet meer om Albanië heen en zo wordt dan toch op 28 november 1912 Albanië onafhankelijk verklaart. Hierna wordt vrede gesloten met Turkije en accepteren Oostenrijk-Hongarije en Italië de staat. Albanië is geboren!

De roerige 20e eeuw
Net als voor de rest van Europa, is de 20e eeuw een roerige tijd voor Albanië. Tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914) komt het land opnieuw onder buitenlandse bezetting. Opnieuw heersen Servie, Montenegro en Griekenland over delen van het land. Later valt Italie het gebied binnen en na verschillende gevechten tussen voornamelijk Italie en Oostenrijk-Hongarije (Servie en Montenegro zijn rond 1916 verslagen door de Habsburgers) blijft het tijdens het verdere verloop van de oorlog onrustig in het gebied. Na de grote oorlog wordt, om wereldwijd de vrede te bewaren, in 1919 de Volkenbond opgericht en zij laat op 27 december 1920 Albanië toe tijdens haar eerste zitting. De grenzen worden vastgelegd aan de hand van de in 1912 gestelde grenzen en zo ontstaat er een moderne natiestaat. 

Door economische en culturele onderontwikkeling, uiterst beperkte budgettaire mogelijkheden en een zeer klein percentage in het buitenland opgeleide intelligentsia verlopen de begin jaren van de staat uiterst moeizaam. Tot de Tweede Wereldoorlog (1939) wordt er weinig vooruitgang geboekt. Albanië lijkt in een spagaat te zitten: Aan de één kant de wil tot opbouw en aan de andere kant geen mogelijkheden tot een uitweg. De moeilijk omstandigheden van het land blijven niet onopgemerkt door Italië, die, net als Duitsland in het noorden, op ingenieuze wijze de buurlanden probeert te infiltreren. Zo worden vanaf 1938 allerlei afdelingen gesticht van Italiaanse organisaties. Voorbeelden zijn de Albanese Fascistische Partij en de Fascistische Vrouwen- en Jeugdbeweging. Ook vestigen zich tal van Italiaanse ondernemingen in het land, waardoor de Albanese economie sterk ontregeld raakt. Albanië maakt nadrukkelijk deel uit van de Italiaanse strategie.

Op 7 april 1939 vallen Italiaanse troepen het land binnen en in drie dagen is het hele land opnieuw bezet. Toch laat de bevolking niet over zich heenlopen en er wordt in 1941 een verzetsorganisatie, de Communistische Partij van Albanië, opgericht, die een dominante rol speelt in de bevrijding van het land. Engeland steunt deze verzetsbeweging en levert wapens en munitie. Nadat het bezettingsleger, dat na de capitulatie van Italië (1943) alleen bestaat uit Duitsers, de strijd vanwege manschap gebrek moet opgeven, wordt op 17 november 1944 Tirana bevrijd. De communistische verzetsorganisatie staat direct klaar om het land over te nemen en een Socialistische Volksrepubliek op te richten. 

45 jaar communisme Communistisch leider Enver Hoxha
Na een ‘democratische’ verkiezing in 1945, waar overigens maar één partij aan mee doet, wint het Democratisch Front van de communisten glorieus. Meteen worden veranderingen in gang gezet om Albanië te ‘hervormen’ naar een communistisch land, gelijk aan de Sovjet-Unie van Stalin. Alle tegenstanders worden uit de weggeruimd, opgepakt of verdwijnen gewoon. In 1946 promoveert het parlement Albanië tot volksrepubliek met aan het hoofd Enver Hoxha die een enorme achting voor en persoonlijk vriend van Stalin is. In de jaren die volgen isoleert Albanië zich steeds meer. In eerste instantie onderhoud het nauwe banden met de andere communistische landen, maar na de dood van Stalin laat het de Sovjet-Unie en Joegoslavië (er volgen zelfs etnische zuiveringen in het grensgebied ) achter zich. Later valt ook China in ongenade en Hoxha proclameerde het nationale motto ‘vertrouwen op eigen kracht’. Hij is er van overtuigd dat Albanië het enige echte communistische land ter wereld is.

De cijfers en feiten die in deze tijd naar buiten komen zijn niet erg betrouwbaar. Toch moeten gezegd worden dat er enorme vooruitgang wordt geboekt. In 30 jaar werkt het land zich op van een onderontwikkeld land tot een moderne staat. Onderwijs, gezondheidszorg, leger en politie worden geherstructureerd. De industrie groeit enorm, het analfabetisme wordt met succes bestreden (van 80% naar 25%), dankzij de gratis gezondheidzorg gaat de levensverwachting omhoog van 38 naar 75 en alle inwoners van het land werden aangesloten op het elektriciteitsnetwerk.

Aan de andere kant worden de Albanezen enorm gekort in hun individuele vrijheid. Alles wordt gecontroleerd en contact met de buitenwereld is ten strengste verboden. Er is geen persvrijheid, geen vrij ondernemerschap en niemand heeft een paspoort. Veel mensen verdwijnen achter de tralies om onduidelijke redenen en De Partij is er trots op dat Albanië ‘het enige land in Europa is zonder godsdienst’.

Albanië nu
Na de dood van Enver Hoxha, op 11 april 1985, komt het volk in opstand. En na een paar jaar van ongeregeldheden, verkiezingen en laatste stuiptrekkingen van De Partij wordt op 20 januari 1991 het standbeeld van Enver Hoxha in Tirana (de huidige hoofdstad) door een woedende menigte van zijn sokkel getrokken. Er wordt een ‘regering van nationale redding’ in het leven geroepen en worden voor eerst in 45 jaar democratische verkiezingen uitgeschreven, die een einde maken het communistisch regime.

De nieuwe regering, onder leiding van president Sali Berisha laat alle politiek gevangen vrij, moedigt het vrij ondernemerschap aan en buitenlandse investeerders zijn weer welkom. Er is vrijheid van pers en godsdienst en iedereen mag gaan en staat waar hij of zij wil. Toch zijn de sporen van het communisme nog steeds zichtbaar in Albanië. De vernieuwingen vorderen traag en ondanks de vele buitenlandse hulp is de republiek ook nu nog één van de armste landen van Europa.